Ik wil alles weten

Torquato Tasso

Pin
Send
Share
Send


Torquato Tasso (11 maart 1544 - 25 april 1595) was een Italiaanse dichter uit de zestiende eeuw. Hij wordt in de eerste plaats om twee dingen herinnerd: hij was een van de eerste van de Italiaanse romantici en hij was in staat Italiaanse romances - melodramatische verhalen over passie en fantasie - samen te voegen met de klassieke, Latijnse vormen van epische poëzie. Van een romantische manier van denken lang voordat de term 'romantiek' formeel werd bedacht, trok Tasso natuurlijk veel aandacht van de romantische dichters en schrijvers van de achttiende en negentiende eeuw in Noord-Europa.

Johann Wolfgang von Goethe schreef een epos getiteld Torquato Tasso, misschien Tasso's ultieme erfenis aan het veranderen. Door Goethe werd Tasso een symbool voor de 'gemartelde kunstenaar', en blijft dat vooral voor niet-Italiaans sprekende doelgroepen. Zijn lange, ongelukkige en pijnlijke leven werd een model voor veel auteurs van de romantiek voor de ideale kunstenaar die lijdt voor zijn kunst. Het is waar dat Tasso het grootste deel van zijn volwassen leven doorbracht als een gek, opgesloten in gevangenissen of asylums; maar het is belangrijk op te merken dat de meeste van Tasso's grootste poëzie in de jaren van zijn grootste vrijheid en helderheid kwam.

De reputatie van Tasso als een 'gekke kunstenaar' die veel van zijn grootste werken onder extreme dwang schreef, is grotendeels een kwestie van uitvinding. Hoewel Tasso's leven veel ontberingen doormaakte, is Tasso's poëzie - niet zijn leven - de basis waarop hij zal worden beoordeeld. Dienovereenkomstig is de grootste bijdrage van Tasso aan de literatuur zijn christelijke epos Gerusalemme liberata (Jeruzalem afgeleverd), die de stijl van het Virgiliaanse epos combineert met een historisch verhaal van de kruistochten, afgewisseld met lyrische, romantische passages die uniek zijn in de Italiaanse literatuur en die volkomen Tasso's eigen innovatie zijn. Gerusalemme zou een breed publiek in heel Europa winnen, en imitaties en vertalingen van het gedicht zouden steeds vaker voorkomen, naarmate de romantici in de daaropvolgende eeuwen in een stroomversnelling kwamen. De reputatie van Tasso bij Italianen is altijd al geniaal geweest; en het is duidelijk dat Tasso's invloed op dichters over de hele wereld een grote rol heeft gespeeld, ook al is hij vaak verkeerd begrepen.

Vroege leven

Tasso was de zoon van Bernardo Tasso, een edelman van Bergamo, en zijn vrouw Porzia de Rossi. Zijn vader was jarenlang een secretaresse in dienst van de Ferrante Sanseverino, prins van Salerno, en zijn moeder was nauw verbonden met de meest illustere families van Napels. Helaas voor de vader van Tasso bleek de prins van Salerno een arme bondgenoot te zijn. Hij kwam in botsing met de Spaanse regering van Napels, werd verbannen en werd vervolgens beroofd van zijn rijkdom en grondgebied. Tasso's vader deelde in deze ramp en de financiën van het gezin zijn nooit volledig hersteld. Bernardo Tasso werd uitgeroepen tot rebel van de staat, samen met zijn zoon Torquato, en zijn patrimonium werd afgezonderd.

In 1552 woonde Tasso bij zijn moeder en zijn enige zus Cornelia in Napels, waar hij zijn opleiding voortzette onder de jezuïeten, die daar onlangs een school had geopend. De voorloper van het intellect en de religieuze ijver van de jongen trokken algemene bewondering. Op achtjarige leeftijd was hij al bekend in de stad.

Kort na deze datum werd hij lid van zijn vader, die toen in grote armoede in Rome verbleef. Het nieuws bereikte hen in 1556 dat Porzia Tasso plotseling en op mysterieuze wijze in Napels was gestorven. Haar man was er vast van overtuigd dat ze door haar broer was vergiftigd met als doel controle over haar eigendom te krijgen. Toen in 1557 een opening aan het hof van Urbino werd aangeboden, aanvaardde Bernardo Tasso deze graag. De jonge Tasso werd de metgezel in sport en studie van Francesco Maria della Rovere, erfgenaam van de hertog van Urbino.

Volwassenheid

Toen hij volwassen werd, werd Tasso gestuurd om rechten te studeren in Padua. In plaats van zich aan de wet te wijden, schonk de jonge man al zijn aandacht aan filosofie en poëzie. Hij begon fragmenten te schrijven van een historisch epos over de herovering van Jeruzalem - dat uiteindelijk zijn meesterwerk zou worden Gerusalemme Liberata-maar de jonge Tasso besefte dat hij te onervaren was om het gedicht op dat moment te proberen, in plaats daarvan zich te concentreren op een verhalend gedicht over ridderlijkheid getiteld Rinaldo. Voor het einde van 1562 was hij klaar Rinaldoen het gedicht vertoonde attributen die integraal moesten worden in de volwassen stijl van Tasso: de regelmaat van de Virgiliaanse vorm, gecombineerd met de aantrekkingskracht van de romantische lyriek. Tasso's vader was behoorlijk ingenomen met het gedicht, stemde ermee in het af te drukken en liet zijn zoon doorgaan met schrijven onder het beschermheerschap van kardinaal Luigi d'Este.

Castello Estense, Ferrara, Italië

In 1565 zette Tasso voor het eerst voet in dat kasteel in Ferrara. Na de publicatie van Rinaldo hij had in sommige zijn opvattingen over het epos uitgesproken Discoursen over de kunst van poëzie, een prominent werk van literaire kritiek dat hem tot een aparte theorie verplichtte, namelijk een 'gemodificeerd classicisme' dat de meeste van de oude Aristotelische dichtwetten volgt en voor hem de extra beroemdheid van een filosofische criticus verkrijgt.

De vijf jaar tussen 1565 en 1570 lijken de gelukkigste van Tasso's leven te zijn geweest, hoewel de dood van zijn vader in 1569 zijn aanhankelijke aard veroorzaakte diepe pijn. Tasso was jong, knap en volbracht in alle oefeningen van een goed gefokte heer. Hij was een rijzende ster in de literaire wereld. Hij was het idool van de meest briljante rechtbank in Italië. De prinsessen Lucrezia d'Este en Leonora d'Este, beiden ongehuwd, zijn beide senioren met ongeveer tien jaar, namen hem onder hun bescherming.

Aminta en Gerusalemme Liberata

Eerlijkheid van meningsuiting en een zekere gewoonte van tact veroorzaakten een meningsverschil met zijn wereldlijke patroon. Hij verliet Frankrijk het volgende jaar en nam dienst onder hertog Alfonso II van Ferrara. De belangrijkste gebeurtenissen in de biografie van Tasso gedurende de volgende vier jaar zijn de publicatie van de Aminta in 1573 en de voltooiing van de Gerusalemme Liberata in 1574. De Aminta is een pastoraal drama van een zeer eenvoudige verhaallijn, maar van een uitstekende lyrische charme. Het verscheen op het kritieke moment waarop moderne muziek, onder impuls van Palestrinas, de belangrijkste kunst van Italië werd. De honingzoete melodieën en sensuele melancholie van Aminta precies passend en geïnterpreteerd de geest van zijn tijd. We kunnen het beschouwen als het meest beslissende van Tasso's composities, want de invloed ervan op opera en cantate werd gedurende twee opeenvolgende eeuwen gevoeld.

De Gerusalemme Liberata neemt een grotere plaats in in de geschiedenis van de Europese literatuur en is een aanzienlijk werk. Het was afgelopen in het eenendertigste jaar van Tasso; en toen de manuscripten voor hem lagen, was het beste deel van zijn leven voorbij, zijn beste werk was al volbracht. Problemen begonnen zich onmiddellijk om hem heen te verzamelen. In plaats van de moed te hebben om zijn eigen instinct te gehoorzamen en het te publiceren Gerusalemme zoals hij het had bedacht, liet hij het gedicht in manuscript naar verschillende literaire mannen van eminentie sturen. Tasso sprak zijn bereidheid uit om hun kritiek te horen en hun suggesties over te nemen tenzij hij ze kon omzetten in zijn eigen opvattingen. Het resultaat was dat elk van zijn vrienden, hoewel hij in het algemeen grote bewondering uitte voor het epos, een uitzondering maakte op zijn plot, zijn titel, zijn morele toon, zijn afleveringen of zijn dictie, of een ander detail. Men wenste dat het regelmatiger klassiek was; een ander wilde meer romantiek. Eén liet doorschemeren dat de inquisitie zijn bovennatuurlijke machinerie niet zou tolereren; een ander eiste de excisie van zijn meest charmante passages. Tasso moest zich tegen al deze kritiek verdedigen, en hoewel hij probeerde het gedicht te herzien, waren zijn herzieningen grotendeels schadelijk voor het gedicht; geleerden zijn het erover eens dat Tasso's experiment met het bewijzen van het gedicht een van zijn ergste rampen was.

Als in Rinaldo, dus ook in de Gerusalemme Liberata, Tasso beoogde de Italiaanse epische stijl te veredelen door een strikte eenheid van plot te behouden en de poëtische dictie te verhogen. Hij koos Virgil voor zijn model, nam de eerste kruistocht voor een onderwerp en voerde de vurigheid van religie in zijn opvatting van de held, Godfrey. Maar zijn eigen natuurlijke vooroordeel was voor romantiek.

Ondanks de vindingrijkheid en de industrie van de dichter, vertoonde het belangrijkste plot minder genialiteit dan de romantische afleveringen waarmee hij het versierde. Godfrey, een mengeling van vrome Aeneas en katholicisme, is niet de echte held van de Gerusalemme. De vurige en gepassioneerde bijpersonages, Rinaldo, Ruggiero, de melancholie, impulsieve Tancredi en de ridderlijke Saracenen, met wie ze in liefde en oorlog botsen, blijken het echte hart van de actie van het gedicht te zijn. De actie van het epos draait op Armida, de prachtige heks, uitgezonden door de helse senaat om tweedracht te zaaien in het christelijke kamp. Ze wordt tot het ware geloof bekeerd door haar aanbidding voor een kruistochtende ridder en verlaat het toneel met een uitdrukking van de Maagd Maria op haar lippen. Er is dappere Clorinda, die pantser trekt, vechtend in een duel met haar toegewijde minnaar die haar niet langer herkent. Deze mooie kleine personages, zo ontroerend in hun verdriet, zo romantisch in hun avonturen, zijn de ware helden van het epos van Tasso, en het feit dat zijn schrijven nergens groter is dan wanneer het hun verhalen beschrijft, is een bewijs van dit feit.

Tasso's grote uitvinding als kunstenaar was de poëzie van het sentiment. Sentiment, niet sentimentaliteit, geeft waarde aan wat onsterfelijk is in het Gerusalemme. Romantische liefde was iets nieuws in de zestiende eeuw, en poëzie over wat we de emoties zouden noemen, was nog heel nieuw in de tijd van Tasso. Zijn poëtische gevoel, verfijnd, nobel, natuurlijk, doordrenkt van melancholie, buitengewoon sierlijk, pathetisch ontroerend, ademt door de afleveringen van de Gerusalemme en geeft het zijn kracht.

Later leven

Tasso's zelfgekozen critici waren geen mannen om toe te geven wat het publiek sindsdien als onbetwistbaar heeft geaccepteerd. Ze voelden vaag dat een geweldig en mooi romantisch gedicht was ingebed in een saai en niet erg correct epos. In hun ongerustheid stelden zij elke cursus voor, behalve de juiste, namelijk het publiceren van de Gerusalemme zonder verder geschil. Tasso, al overbelast door zijn vroegrijpe studies, door het opwindende hofleven en de vermoeiende literaire industrie, werd nu bijna gek van zorgen. Zijn gezondheid begon hem te falen. Hij klaagde over hoofdpijn, had koorts en wilde Ferrara verlaten. De hertog weigerde hem te laten gaan, (terecht) uit angst dat Tasso van plan was zijn grootste epos te nemen en het elders te publiceren. Na jarenlang virtueel gevangen te zijn gehouden aan het hof van de hertog, begon de geestelijke gezondheid van Tasso te verslechteren; na een aantal scènes werd hij op bevel van de hertog opgesloten in een klooster. Hij ontsnapte en vluchtte naar Sorrento.

Na het begin van 1575 werd Tasso het slachtoffer van een psychische aandoening, die hem, zonder werkelijke krankzinnigheid te verklaren, tot een ellende voor zichzelf en een oorzaak van angst voor zijn beschermheren maakte. Toen hij in Sorrento was, verlangde Tasso ernaar terug te keren naar Ferrara. De door de rechtbank gemaakte man kon niet vrij buiten zijn gecharmeerde cirkel ademen. Hij schreef nederig met het verzoek om teruggenomen te worden. De hertog stemde toe, op voorwaarde dat Tasso zou instemmen met een medische behandeling voor zijn melancholie. Toen hij terugkeerde, wat hij onder alle omstandigheden met enthousiasme deed, werd hij goed ontvangen door de hertogelijke familie. Alles zou goed zijn gegaan als zijn oude kwalen niet nieuw leven hadden ingeblazen. Wat volgde waren echter scènes van prikkelbaarheid, humeurigheid, achterdocht, gewonde ijdelheid en gewelddadige uitbarstingen.

Gevangenisstraf

In de zomer van 1578 rende hij weer weg en reisde door Mantua, Padua, Venetië, Urbino en Lombardije. In september worden de poorten van Turijn te voet bereikt, en werd hoffelijk vermaakt door de hertog van Savoye. Waar hij ook ging, dwalend als de afgewezen gast van de wereld, hij werd met eer ontvangen vanwege zijn illustere naam. Grote mensen openden hun huizen graag voor hem, deels in compassie, deels in bewondering voor zijn genialiteit. Maar al snel raakte hij moe van hun samenleving en droeg hun vriendelijkheid dun door zijn vragende instelling. Bovendien leek het leven buiten Ferrara onhoudbaar voor hem.

Dienovereenkomstig opende hij opnieuw onderhandelingen met de hertog; en in februari 1579 zette hij opnieuw voet in het kasteel. Tasso had echter een sombere tijd gekozen om terug te keren naar het koninkrijk van de hertog; de hertog werd ouder, zijn greep op zijn land erodeerde en de begroeting die Tasso bij zijn aankomst ontving was grimmig. Tasso was beledigd en zonder zijn geduld te oefenen, of zijn oude vrienden het voordeel van de twijfel te geven, begreep hij in termen van openlijk misbruik, gedroeg zich als een gek en werd zonder ceremonie naar het gekkenhuis van St. Anna gestuurd. Dit gebeurde in maart 1579; en daar bleef hij tot juli 1586.

Het was ongetwijfeld pijnlijk dat een man van Tasso's plezier-liefhebbende, rusteloze en zelfbewuste geest langer dan zeven jaar in opsluiting werd gehouden. De brieven van St. Anna aan de prinsen en steden van Italië, aan weldoeners en aan mannen met de hoogste reputatie in de wereld van kunst en leren, vormen onze meest waardevolle informatiebron, niet alleen over de toestand van Tasso, maar ook op zijn temperament. Het is intrigerend dat hij altijd respectvol, zelfs liefdevol, over de hertog sprak. Wat duidelijk uit hen naar voren komt, is dat hij werkte onder een ernstige psychische aandoening en dat hij zich daarvan bewust was.

Hij hield zijn ongemakkelijke vrije tijd bezig met overvloedige composities. Het grootste deel van zijn prozadialogen over filosofische en ethische thema's, die zeer aanzienlijk zijn, hebben we te danken aan de jarenlange gevangenschap in St. Anna. Behalve incidentele odes of sonnetten - sommige op verzoek geschreven en alleen retorisch interessant, enkele geïnspireerd door zijn scherpe gevoel van lijden en daarom aangrijpend - verwaarloosde hij poëzie. Maar alles wat in deze periode uit zijn pen viel, werd zorgvuldig bewaard door de Italianen, die, hoewel ze hem als een gek beschouwden, ietwat onlogisch door elkaar gooiden om alles wat hij schreef te bewaren. Evenmin kan worden gezegd dat de maatschappij ongelijk had. Tasso had zich een onuitvoerbare man bewezen; maar hij bleef een geniale man, de meest interessante persoonlijkheid in Italië.

In het jaar 1580 hoorde Tasso dat deel van de Gerusalemme werd gepubliceerd zonder zijn toestemming en zonder zijn correcties. Het jaar daarop werd het hele gedicht aan de wereld gegeven en in de daaropvolgende zes maanden verschenen er zeven edities van de pers. De gevangene van St. Anna had geen controle over zijn redacteuren; en van het meesterwerk dat hem op het niveau van Petrarch en Ariosto plaatste, heeft hij nooit één cent winst verdiend. Een rivaliserende dichter aan het hof van Ferrara verbond zich ertoe zijn teksten in 1582 te herzien en te bewerken.

Zeker de geschiedenis van de opsluiting van Tasso op St. Anna is er een die pauze kan geven. Net als Hamlet was hij radeloos door slechte aanpassing aan zijn omstandigheden en zijn leeftijd. In de gevangenis verveelde hij zich zielig, geïrriteerd, maar nooit onwetend. Hij toonde een enkele onverschilligheid voor het lot van zijn grote gedicht, een zeldzame grootmoedigheid in de omgang met zijn tegenstanders. Zijn eigen persoonlijke nood, die vreselijke malaise van onvolmaakte krankzinnigheid, absorbeerde hem.

Laat los en weiger

In 1586 verliet Tasso St. Anna op uitnodiging van Vincenzo Gonzaga, prins van Mantua. Hij volgde zijn jonge bevrijder door de Mincio naar de stad, koesterde zich een tijdje in vrijheid en hoflijke genoegens, genoot een prachtige ontvangst van zijn vaderlijke stad Bergamo en produceerde een verdienstelijk drama genaamd Torrismondo. Maar slechts enkele maanden waren verstreken voordat hij ontevreden werd. Gonzaga, in opvolging van het hertogdom Mantua van zijn vader, had weinig vrije tijd om de dichter te schenken. Tasso voelde zich verwaarloosd. In de herfst van 1587 reisde hij door Bologna en Loreto naar Rome, waar hij zijn verblijf daar opnam met een oude vriend, Scipione Gonzaga, nu patriarch van Jeruzalem.

In 1589 keerde hij terug naar Rome en nam hij opnieuw zijn intrek bij de patriarch van Jeruzalem. De bedienden vonden hem ondraaglijk en wezen hem af. Hij werd ziek en ging naar een ziekenhuis. De patriarch ontving hem in 1590 opnieuw. Maar Tasso's rusteloze geest dreef hem naar Florence. De volgende vier jaar bracht hij door Italië, daklozen en bijna vergeten.

Zijn gezondheid werd steeds zwakker en zijn geniale dimmer. In 1592 gaf hij het publiek een herziene versie van de Gerusalemme. Het heette het Gerusalemme Conquistata. Dat alles maakte het gedicht van zijn vroege mannelijkheid charmant dat hij rigide wist. Geleerden zijn het nu eens met deze versie van de Gersualemme is veel minder dan het originele gedicht dat Tasso vóór zijn decennia van waanzin en gevangenschap had gecomponeerd.

Versleten door ziekte bereikte Tasso Rome in november, waar de paus had beloofd hem aan te stellen als dichter laureaat. De ceremonie van zijn kroning werd uitgesteld omdat kardinaal Aldobrandini ziek was geworden, maar de paus gaf hem een ​​pensioen; en onder druk van pontificale wederopbouw stemde prins Avellino, die de nalatenschap van Tasso bezat, ermee in een deel van zijn vorderingen te voldoen door betaling van een jaarlijkse huursom. Vanaf het moment dat Tasso St. Anna verliet, had de hemel blijkbaar zo naar hem gelachen. Capitoliaanse onderscheidingen en geld waren nu tot zijn beschikking, maar het fortuin kwam te laat. Voordat hij de kroon van dichter laureaat droeg of zijn pensioen ontving, steeg hij op naar het klooster van Sant 'Onofrio, op een stormachtige 1 april 1595. Toen de coach van een kardinaal de steile Trasteverine-heuvel opzwoeg, kwamen de monniken naar de deur om het te begroeten. Uit het rijtuig stapte Tasso op de rand van de dood.

Tasso stierf in St. Onofrio, op 25 april 1595. Hij was net voorbij 51; en de laatste twintig jaar van zijn bestaan ​​waren praktisch en artistiek niet effectief geweest. Op de leeftijd van 31, de Gerusalemme, zoals we het hebben, werd gerealiseerd. Men denkt nu dat de ziekte waaraan Tasso leed, schizofrenie was. Zijn leven en zijn werk zijn niet alleen een bewijs van zijn genialiteit, maar ook van zijn vermogen om te overleven, ondanks de overweldigende kans op psychische aandoeningen.

Externe links

Alle links opgehaald 11 december 2015.

  • Werken van Torquato Tasso. Project Gutenberg
    • Project Gutenberg e-text van Jeruzalem afgeleverd (vertaald door Edward Fairfax)
    • Project Gutenberg e-text van Torquato Tasso door Goethe (in het Duits)

Pin
Send
Share
Send