Pin
Send
Share
Send


Ibn Sina, Abu- 'Ali- al-Husayn ibn' Abd Alla-h ibn Si-na- (Perzisch | Perzisch Abu Ali Sinaابوعلى سينا ​​of arabisized: أبو علي الحسين بن عبد الله بن سينا),

(980-1037 G.T.), vaak aangeduid met zijn gelatiniseerde naam Avicenna, was een Perzisch arts, filosoof en wetenschapper. Hij was een van de belangrijkste islamitische filosofen en zijn filosofische geschriften hadden een diepgaande invloed op de islamitische filosofie en op de middeleeuwse Europese scholastiek. Avicenna integreerde de ideeën en methoden van Aristoteles, Neoplatonisme en andere Griekse filosofie met de monotheïstische traditie van de islam. Avicenna heeft de emanatietheorie van het neoplatonisme overgenomen, maar hij maakte een onderscheid tussen God en de schepping om de neoplatonistische neiging tot pantheïsme te vermijden. Hij was een van de eersten die filosofische logica toepaste op de islamitische theologie, en zijn geschriften veroorzaakten een sterke reactie van latere islamitische theologen. Niettemin werden zijn werken standaardhandboeken in de madrasa (scholen van de islamitische wereld).

Avicenna is ook bekend om zijn medische werk, The Canon of Medicine, ook bekend als de qanun (volledige titel: al-qanun fil-tibb), dat in de twaalfde eeuw in het Latijn werd vertaald en gedurende meerdere eeuwen in middeleeuws Europa en de Arabische wereld werd gebruikt als een belangrijk medisch leerboek. Hij was de auteur van 450 boeken over een breed scala van onderwerpen. Hij schreef drie encyclopedieën van de filosofie, waarvan de beroemdste is al-Shifa '(The Cure).

Biografie

Uitgebreide biografische materialen zijn beschikbaar over het leven van Avicenna; sommige informatie kan overdreven zijn, zowel omdat hij later een legendarische figuur in de islamitische wereld werd, en omdat zijn eigen autobiografie misschien bedoeld was als een illustratie van zijn theorieën over leren en kennis. De autobiografie bestrijkt de eerste 30 jaar van zijn leven, en de latere jaren worden gedocumenteerd door zijn secretaris en discipel, Juzjani.

Avicenna werd geboren in 370 AH / 980 G.T. in Kharmaithen bij Bukhara, nu in Oezbekistan (toen Perzië). Zijn vader, een gerespecteerde Ismaili-geleerde, kwam uit Balkh van Khorasan, nu onderdeel van Afghanistan (toen ook Perzië) en was ten tijde van de geboorte van zijn zoon de gouverneur van een dorp in een van de landgoederen van Nuh ibn Mansur. Hij had zijn zoon zeer zorgvuldig opgeleid in Buchara. Avicenna werd onder de hoede van een tutor geplaatst en hij vertoonde een uitzonderlijk intellect, door de Koran en Perzische poëzie te onthouden toen hij zeven jaar oud was. Hij leerde rekenen van een kruidenier en studeerde medicijnen met een dwalende geleerde wiens levensonderhoud de zieken genas en de jongeren onderwees. Op 14-jarige leeftijd had Avicenna alles geleerd wat hij kon van zijn leraren, die werden beïnvloed door de Ismaili-tak van de islam.

Avicenna had een onderzoekende geest en had last van metafysische problemen en met name de werken van Aristoteles. Het volgende anderhalf jaar studeerde hij filosofie, waarin hij talloze moeilijkheden ondervond. Op zulke momenten zou hij zijn boeken verlaten, de vereiste wassingen uitvoeren, dan naar de moskee gaan en in gebed blijven totdat begrip tot hem kwam. Tot diep in de nacht zou hij zijn studie voortzetten, zijn zintuigen prikkelen door af en toe een kop geitenmelk te drinken, en zelfs in zijn dromen zouden problemen hem achtervolgen en hun oplossing uitwerken. Er wordt gezegd dat hij de Metafysica van Aristoteles 40 keer, maar de betekenis was hopeloos onduidelijk voor hem, totdat hij op een dag een beetje commentaar van al Farabi bij een boekenstalletje kocht voor de kleine som van drie dirhems. Zijn vreugde over deze ontdekking was zo groot, dat hij zich haastte om God te danken en de armen een aalmoes schonk.

Hij ging op 16-jarige leeftijd naar de geneeskunde en leerde niet alleen de medische theorie, maar ontdekte ook volgens zijn eigen inzicht nieuwe behandelmethoden. De tiener bereikte de volledige status als arts op de leeftijd van 18 en ontdekte dat "Geneeskunde geen harde en netelige wetenschap is, zoals wiskunde en metafysica, dus ik boekte snel grote vooruitgang; ik werd een uitstekende arts en begon patiënten te behandelen met goedgekeurde middelen. " De roem van de jeugdige arts verspreidde zich snel en hij behandelde patiënten vaak zonder om betaling te vragen.

Avicenna's eerste benoeming was die van arts van de emir, die hij hielp bij zijn herstel van een gevaarlijke ziekte (997 G.T.). Avicenna's voornaamste beloning voor deze dienst was de toegang tot de koninklijke bibliotheek van de Samaniden, bekende beschermheren van wetenschappers en wetenschappers. Toen de bibliotheek niet lang daarna door vuur werd vernietigd, beschuldigden de vijanden van Avicenna hem ervan hem te verbranden, om de bronnen van zijn kennis voor altijd te verbergen. Hij bleef zijn vader helpen met financiële zaken en begon enkele van zijn vroegste werken te schrijven.

Toen Avicenna 22 jaar oud was, verloor hij zijn vader. De Samanid-dynastie eindigde in december 1004. Avicenna lijkt aanbiedingen van Mahmud van Ghazni te hebben afgewezen en ging westwaarts naar Urgench in het moderne Oezbekistan, waar de vizier, beschouwd als een vriend van geleerden, hem een ​​kleine maandelijkse gaf stipendium. Het salaris was echter onvoldoende, dus Avicenna wandelde van plaats naar plaats, door de districten Nishapur en Merv naar de grenzen van Khorasan, op zoek naar een opening voor zijn talenten. Hier ontmoette hij zijn leerling en schriftgeleerde, Juzjani. Shams al-Ma'äli Qäbtis, de gulle heerser van Dailam, zelf een dichter en een geleerde, met wie Avicenna had verwacht asiel te vinden, werd door zijn eigen opstandige troepen uitgehongerd en Avicenna zelf werd getroffen door een ernstige ziekte. Uiteindelijk ontmoette Avicenna in Gorgan, nabij de Kaspische Zee, een vriend, die een woning kocht in de buurt van zijn eigen huis, waarin Avicenna een lezing gaf over logica en astronomie. Verschillende van Avicenna's verhandelingen zijn geschreven voor deze patroon; en het begin van zijn Canon of Medicine dateert ook uit zijn verblijf in Hyrcania.

Avicenna vestigde zich vervolgens in Rai, Iran, in de buurt van het moderne Teheran (de huidige hoofdstad van Iran), de geboortestad van Rhazes; waar Majd Addaula, een zoon van de laatste emir, nominaal heerser was onder het regentschap van zijn moeder (Seyyedeh Khatun). Dertig van Avicenna's kortere werken zouden in Rai zijn gecomponeerd. De constante ruzies tussen de regent en haar tweede zoon, Amir Shamsud-Dawala, dwongen hem echter de plaats te verlaten. Na een kort verblijf in Qazvin ging hij zuidwaarts naar Hamadãn, waar de emir zich had gevestigd. Avicenna trad voor het eerst in dienst van een hooggeboren dame; maar de emir, die van zijn komst hoorde, riep hem in als medische bediende, beloonde hem met geschenken en stelde hem zelfs aan in het kantoor van vizier. Toen verbood de emir hem om de een of andere reden het land uit. Avicenna bleef 40 dagen verborgen in het huis van een sjeik, totdat de emir opnieuw ziek werd en hem terug op zijn post bracht. In deze moeilijke tijd heeft Avicenna zijn studies en lessen voortgezet. Elke avond dicteerde hij fragmenten uit zijn grote werken, de Canon en de Sanatio, aan zijn leerlingen en gaf commentaar. Na de dood van de emir was Avicenna niet meer vizier en verborg hij zich in het huis van een apotheek, waar hij de compositie van zijn werken voortzette.

Hij had naar Abu Ya'far geschreven, de prefect van de dynamische stad Isfahan, die zijn diensten aanbood. De nieuwe emir van Hamadan hoorde van deze correspondentie, ontdekte de schuilplaats van Avicenna en sloot hem op in een fort. Er was een voortdurende oorlog tussen de heersers van Isfahan en Hamadãn; in 1024 veroverde de voormalige Hamadan en zijn steden de Turkse huurlingen. Toen de storm voorbij was, keerde Avicenna met de emir terug naar Hamadan en zette zijn literaire arbeid voort. Later echter, vergezeld door zijn broer, een favoriete leerling en twee slaven, ontsnapte Avicenna uit de stad in de kleding van een asfese Soefi. Na een gevaarlijke reis bereikten ze Isfahan en ontvingen ze een eervol welkom van de prins.

De resterende tien of twaalf jaar van Avicenna's leven werden doorgebracht in dienst van Abu Ya'far 'Ala Addaula, die hij begeleidde bij talloze campagnes als arts en algemeen literair en wetenschappelijk adviseur. In deze jaren begon hij literatuur en filologie te studeren, blijkbaar vanwege kritiek op zijn schrijfstijl. Een ernstige koliek, die hem greep tijdens de mars van het leger tegen Hamadãn, werd gecontroleerd door remedies die zo gewelddadig waren dat Avicenna nauwelijks kon standhouden. Toen de ziekte terugkeerde, weigerde hij het opgelegde regime te handhaven en gaf hij zich over aan zijn lot. Zijn vrienden adviseerden hem om het leven matig te nemen, maar hij verwierp hun advies en zei: "Ik geef de voorkeur aan een kort leven met breedte boven een smal leven met lengte." Er wordt gezegd dat hij van wijn en zijn slavenmeisjes heeft genoten. Op zijn sterfbed greep wroeging hem; hij schonk zijn goederen aan de armen, herstelde onrechtvaardige winsten, bevrijdde zijn slaven en luisterde elke derde dag tot zijn dood naar het lezen van de Koran. Hij stierf in juni 1037, in zijn achtenvijftigste jaar, en werd begraven in Hamedan, Perzië.

Portret van Avicenna is afgebeeld op een postzegel uitgegeven door de Verenigde Arabische Emiraten.

Werken

Al-Qifti stelt dat Avicenna 21 grote en 24 kleine werken voltooide op het gebied van filosofie, geneeskunde, theologie, geometrie, astronomie en dergelijke. Een andere bron (Brockelmann) schrijft 99 boeken aan Avicenna toe, waarvan 16 over geneeskunde, 68 over theologie en metafysica 11 over astronomie en vier over vers.

De twee vroegste werken van Avicenna, geschreven onder invloed van al-Farabi, zijn Compendium on the Soul (Maqala fi'l-nafs), een korte verhandeling over het intellect, en Filosofie voor de prosodist (al-Hikma al-'Arudiya), zijn eerste boek over de filosofie van Aristoteles. Hij schreef later drie encyclopedieën van de filosofie. Geschreven op verzoek van zijn studenten, al-Shifa '(The Cure) (voltooid in 1027), werd gemodelleerd naar het werk van Aristoteles. De Latijnse vertaling werd veel gelezen door middeleeuwse Europese geleerden. Twee latere encyclopedieën werden geschreven voor Avicenna's beschermheer, Abu Ya'far 'Ala Addaula. Danishnama-yi 'Ala'i (The Book of Knowledge for' Ala 'al-Dawla), geschreven in het Perzisch, is bedoeld als een inleiding tot de filosofie en werd de basis voor Doelstellingen van de filosofen, door de latere islamitische theoloog, al-Ghazali. De andere, al-Isharat wa'l-Tanbihat (Aanwijzingen en herinneringen) bespreekt logica en metafysica. Twee andere werken, al-Insaf (Het oordeel) en The Easterners (al-Mashriqiyun) of De oosterse filosofie (al-Hikma al-Mashriqiya) , geschreven aan het einde van de jaren 1020, zouden radicale filosofische ideeën hebben gearticuleerd, maar de oorspronkelijke teksten zijn grotendeels verloren gegaan.

Avicenna schreef minstens zestien werken over geneeskunde. Zijn veertien-volume qanun (De Canon van geneeskunde) en delen van de encyclopedieën werden al in de twaalfde eeuw in het Latijn vertaald door Gerard van Cremona, Dominicus Gundissalinus en John Avendeath; ze werden gepubliceerd in Venetië, 1493-95. De volledige Arabische teksten zouden in het manuscript in de Bodleian Library staan. Een Arabische tekst van de "Canon" en de "Nadja"werd gepubliceerd in Rome, 1593, en een Hebreeuwse versie in 1491 in Napels. Van de Latijnse versie waren er ongeveer dertig edities, gebaseerd op de originele vertaling door Gerard van Cremona. In de 15e eeuw een commentaar op de tekst van de Canon werd gecomponeerd. Andere medische werken vertaald in het Latijn zijn de Medicamenta Cordialia, Canticum de Medicina, en de Tractatus de Syrupo Acetoso. De Canon werd eeuwenlang als een standaard medische tekst in West-Europa gebruikt.

Filosofie

Avicenna is een van de belangrijkste islamitische filosofen en een van de eersten die een verband probeert te vinden tussen filosofie en religie. Hij zette het Neoplatonische concept van emanatie uiteen, maar verwierp andere Neoplatonische ideeën zoals het voorbestaan ​​van de ziel, en gebruikte Aristotelische logica om zijn argumenten te ontwikkelen.

Essentie en bestaan

Avicenna verwierp de klassieke islamitische theologische leer van de schepping ex nihilo, en ontwikkelde in plaats daarvan het neoplatonische idee van emanatie. Hij betoogde dat de kosmos geen tijdelijk begin heeft, maar een natuurlijk logisch product is van de goddelijke. Door zijn aard produceert de goddelijke een geordende en goede kosmos die Hem niet op tijd opvolgt, alleen in logische volgorde en in bestaan.

Avicenna werkte een logisch bewijs van het bestaan ​​van God uit: we weten uit onze fenomenale ervaring van de wereld dat dingen bestaan; geen enkele entiteit kan zonder oorzaak bestaan; de keten van causaliteit kan niet oneindig zijn maar moet uiteindelijk tot een Eerste Oorzaak komen, die God is.

Zijn werd verdeeld in drie klassen: het noodzakelijke, het mogelijke en het onmogelijke. De Eerste Oorzaak is van nature noodzakelijk, en de kenmerken van de eerste oorzaak begiftigen alle contingente entiteiten met hun eigen behoeften, in een dalende hiërarchie van noodzakelijkheid die culmineert in alle sublunaire zaken.

Avicenna maakte een onderscheid tussen essentie (wat iets is) en bestaan ​​(het feit dat iets bestaat). Wil een essentie binnen de tijd (als een bestaan) worden gerealiseerd, dan moet het bestaan ​​door de essentie zelf noodzakelijk worden gemaakt. Deze specifieke relatie van oorzaak en gevolg is te wijten aan een inherente eigenschap van de essentie, dat deze niet-contingent is.

Logica en kennis

Avicenna gebruikte logica in dienst van de metafysica, als een middel om de islamitische religieuze doctrine te begrijpen en zelfs de koran te interpreteren. Logica was een standaard voor het beoordelen van concepten die zijn verworven via de vier faculteiten van de rede: zintuiglijke waarneming (al-siss al-mushtarak), behoud (Al-khayal) verbeelding (Al-mutakhayyila) en schatting (Wahm). Hiervan was verbeelding de sleutel, omdat het nieuwe fenomenen kon vergelijken en in verband kon brengen met bestaande concepten. Logica kan ook worden gebruikt om conclusies te trekken en nieuwe kennis te verwerven en om de geldigheid van argumenten te beoordelen. Kennis vergaren was essentieel voor het trainen en perfectioneren van het intellect om verlossing te bereiken. Logica was ook een manier om kennis met anderen te communiceren.

Avicenna's epistemologie is gebaseerd op een zielstheorie die onafhankelijk is van het lichaam. Zijn Fi'-Nafs / De Anima (Verhandeling over de ziel) begint met het zogenaamde "vliegende man" -argument: als een persoon in een staat van perfectie is geschapen, maar blind en niet in staat om iets waar te nemen via zijn zintuigen en in de lucht hangt, zou hij dan weten dat hij bestond? Hij kon niet aan zijn bestaan ​​twijfelen, omdat hij aan het denken was, maar hij zou het bestaan ​​van zijn fysieke lichaam niet kunnen bevestigen. Dit argument wordt gebruikt om het bestaan ​​en het vermogen van de ziel te bevestigen om zichzelf onafhankelijk van het lichaam te zijn.

De tien intellectuelen en de menselijke geest

In Avicenna's scheppingsverslag (grotendeels afgeleid van Al-Farabi), gaat de schepping van de wereld voort uit de Eerste Oorzaak (of Eerste Intellect). Het eerste intellect geeft, bij het overwegen van de noodzaak van zijn bestaan, aanleiding tot het tweede intellect. Bij het overwegen van zijn emanatie van God, geeft het dan aanleiding tot de Eerste Geest, die de Sphere of Spheres (het universum) bezielt. Door zichzelf te beschouwen als een door zichzelf veroorzaakte essentie (dat wil zeggen, als iets dat mogelijk zou kunnen bestaan), geeft het aanleiding tot de materie die het universum vult en de bol van de planeten vormt (de eerste hemel in al-Farabi).

Deze drievoudige contemplatie vestigt de eerste fasen van het bestaan. Het gaat verder, resulterend in resulterende intellecten die tussen hen twee hemelse hiërarchieën creëren: de Superieure Hiërarchie van Cherubijnen (Kerubim) en de inferieure hiërarchie, door Avicenna 'Angels of Magnificence' genoemd. Deze engelen animeren de hemel; ze zijn beroofd van alle zintuiglijke waarneming, maar hebben verbeeldingskracht waardoor ze het intellect kunnen verlangen waaruit ze kwamen. Hun ijdele zoektocht om zich weer bij dit intellect te voegen, veroorzaakt een eeuwige beweging in de hemel. Ze veroorzaken ook profetische visioenen bij mensen.

De engelen gecreëerd door elk van de volgende zeven intellectuelen worden geassocieerd met een ander lichaam in het gebied van de planeten. Dit zijn: Saturnus, Jupiter, Mars, de zon, Venus, Mercurius en de maan. De laatste hiervan is van bijzonder belang, omdat de associatie ervan is met de engel Gabriel ('de engel').

Deze Negende Intellect vindt plaats in een stap die zo ver verwijderd is van de Eerste Intellect dat de emanatie die daaruit ontstaat in fragmenten explodeert, waardoor geen verdere hemelse entiteit wordt gecreëerd, maar in plaats daarvan menselijke zielen worden gecreëerd, die de zintuiglijke functies hebben die de Engelen van Verhevenheid missen.

Voor Avicenna waren menselijke geesten op zichzelf niet gevormd voor abstract denken. Mensen hebben alleen het potentieel voor intellect en alleen verlichting door de 'engel' verleent hen het vermogen om dit potentieel te realiseren. Dit menselijke intellect is het tiende intellect. De mate waarin geesten worden verlicht door de engel varieert. Profeet / profeten zijn zo verlicht dat ze niet alleen rationeel intellect bezitten, maar ook een verbeeldingskracht en vaardigheid waarmee ze hun superieure wijsheid aan anderen kunnen doorgeven. Sommigen ontvangen minder, maar genoeg om te schrijven, les te geven, wetten aan te nemen en bij te dragen aan de verspreiding van kennis. Anderen krijgen genoeg voor hun eigen persoonlijke realisatie, en weer anderen ontvangen minder.

Volgens deze opvatting deelt de hele mensheid een enkel intellect, een collectief bewustzijn. De laatste fase van het menselijk leven is volgens Avicenna hereniging met de emanatie van de engel. Aldus verleent de engel die met zijn intellect doordrenkt de zekerheid van leven na de dood. Voor Avicenna is de onsterfelijkheid van de ziel een gevolg van haar aard, en geen doel om te vervullen.

Geneeskunde

Het belangrijkste van de 16 medische werken van Avicenna, het 14-volume qanun (De Canon van geneeskunde), bevat meer dan een miljoen woorden en is verdeeld in vijf boeken. De eerste geeft algemene medische principes; de tweede is een alfabetische lijst van eenvoudige medicijnen; het derde gaat over ziekten van bepaalde organen en delen van het lichaam; de vierde met ziekten die zich vanaf het eerste beginpunt door het lichaam verspreiden, zoals koorts; en de vijfde met samengestelde medicijnen. Het werk geclassificeerd en beschreven ziekten; hun veronderstelde oorzaken geschetst; en overdekte hygiëne, eenvoudige en complexe medicijnen en functies van lichaamsdelen. Het beweerde dat tuberculose besmettelijk was en beschreef de symptomen en complicaties van diabetes.

De 'Canon' werd in de twaalfde eeuw in het Latijn vertaald en bleef eeuwenlang een belangrijk leerboek voor medische studenten in Europa.

In het museum in Bukhara zijn displays te zien met veel van zijn geschriften, chirurgische instrumenten uit die periode en schilderijen van patiënten die een behandeling ondergaan.

Avicenna was geïnteresseerd in het effect van de geest op het lichaam en schreef veel over psychologie, waarschijnlijk van invloed op Ibn Tufayl en Ibn Bajjah.

Samen met Rhazes, Ibn Nafis, Al-Zahra en Al-Ibadi wordt hij beschouwd als een belangrijke samensteller van vroege moslimgeneeskunde.

Poëzie

Bijna de helft van Avicenna's werken is verrijkt en zijn gedichten verschijnen in het Arabisch en het Perzisch. Zijn meest gevierde Arabische gedicht beschrijft de afdaling van Soul in the Body from the Higher Sphere. Edward Granville Browne beweert dat de volgende verzen ten onrechte worden toegeschreven aan Omar Khayyám, maar oorspronkelijk zijn geschreven door Avicenna:

از قعر گل سیاه تا اوج زحل,
Vanuit het centrum van de aarde door de zevende poort

کردم همه مشکلات گیتی را حل,
Ik stond op en op de troon van Saturnus

بیرون جستم زقید هر مکر و حیل,
En veel knopen ontrafeld langs de weg;

هر بند گشاده شد مگر بند اجل.
Maar niet de Meester-knoop van het menselijk lot.

Invloed

Avicenna's belangrijkste werk, al-Shifa' (De oplossing), werd vertaald in het Latijn in Spanje in de twaalfde en dertiende eeuw (Toledo en Burgos). Zijn ideeën, met name over de aard van de ziel en het verschil tussen bestaan ​​en essentie, hadden een belangrijke invloed op de middeleeuwse scholastische filosofie. Deze veroorzaakten een aanzienlijk debat in de rooms-katholieke wereld en het avicennisme werd in 1210 verboden in Parijs. Het werk van Thomas Aquinas werd beïnvloed door de metafysica van Avicenna; en William van Auvergne en Albertus Magnus door zijn psychologie en kennistheorie.

In de islamitische wereld, waar hij ook uitgebreid debat en argumentatie genereerde, zette Avicenna een gezond filosofisch systeem op, geworteld in islamitische theologie. Decennia na zijn dood vielen twee islamitische theologen al-Ghazali (overleden 1111) en al-Shahrastani (overleden 1153) hem aan als vertegenwoordiger van de filosofie. Beide al-Shifa' (The Cure) en al-Isharat wa'l-Tanbihat (Pointers and Reminders) werden standaardfilosofieteksten op islamitische scholen. Suhrawardi Maqtul (ca. 1155 - 1191), de Sufi-mysticus die later de filosofie van de illuminatie oprichtte, gebruikte veel van Avicenna's werk als zijn basis. In de latere Iraanse traditie voegden commentatoren mystiek inzicht toe aan zijn ideeën en werd hij beschouwd als een mystieke denker.

In Iran wordt Avicenna beschouwd als een nationaal icoon en wordt het beschouwd als een van de grootste Perzen die ooit hebben geleefd. Veel portretten en standbeelden blijven vandaag in Iran. Een indrukwekkend monument voor het leven en werk van de man die bekend staat als de 'dokter van artsen' staat nog steeds buiten het Bukhara-museum en zijn portret hangt in de hal van de faculteit geneeskunde aan de Universiteit van Parijs.

Er is ook een krater op de maan genaamd Avicenna.

Referenties

  • Avicenna. Canon of Medicine. Abjad Book Designers & Builders, 1999
  • Corbin, Henry. Avicenne et le récit visionnaire, édition bilingue Verdier, 1999. (in het Frans)
  • __________. Geschiedenis van de islamitische filosofie. Kegan Paul, 2001. ISBN 978-710304162 (in het Engels)
  • Nasr, Seyyed, (ed) en Oliver Leaman. Geschiedenis van de islamitische filosofie. (Routledge History of World Philosophies) Londen: Routledge, 2001. ISBN 9780415259347
  • Wisnovsky, Robert. Avicenna's Metaphysics in Context. Duckworth Publishing, 2003.

ISBN 9780715632215

Externe links

Alle links opgehaald 3 mei 2016.

  • Farhangsara.com Biografie van Avicenna "Ibn Sina" (in het Engels)
  • Avicenna Catholic Encyclopedia.
  • "Abu Ali al-Husain ibn Abdallah ibn Sina (Avicenna)" MacTutor Biography.
  • Raul Corazzon The Essence-Existence Distinction, The Ontology of Ibn Sina (Avicenna) "Ibn-Sina (Avicenna) over het onderwerp en het object van de metafysica"
  • Sajjad H. Rizvi Avicenna, Internet Encyclopedia of Philosophy (bevat bibliografie van veel werken beïnvloed door Avicenna.)

Algemene filosofiebronnen

Pin
Send
Share
Send