Ik wil alles weten

Victoriaanse literatuur

Pin
Send
Share
Send


Victoriaanse literatuur is het lichaam van poëzie, fictie, essays en brieven geproduceerd tijdens het bewind van koningin Victoria (1837-1901) en tijdens het tijdperk dat haar naam draagt. Het vormt een schakel en overgang tussen de schrijvers uit de romantische periode en de modernistische literatuur van de twintigste eeuw.

In de negentiende eeuw werd de roman de leidende vorm van literatuur in het Engels. De werken van pre-Victoriaanse schrijvers zoals Jane Austen en Walter Scott hadden zowel nauw geobserveerde sociale satire als historische fictie geperfectioneerd. Geserialiseerde populaire romans wonnen ongekende lezers en leidden tot toenemende artistieke verfijning. De negentiende eeuw wordt vaak beschouwd als een hoogtepunt in de Europese literatuur en Victoriaanse literatuur, waaronder de werken van Emily en Charlotte Brontë), Robert Browning, Elizabeth Barrett Browning, Lewis Carroll, Wilkie Collins, Charles Dickens, George Eliot, Thomas Hardy, AE Housman, Rudyard Kipling, Robert Louis Stevenson, Bram Stoker, Alfred Lord Tennyson, William Makepeace Thackeray, Anthony Trollope en Oscar Wilde blijven op grote schaal populair en maken deel uit van de basiscurricula in de meeste universiteiten en middelbare scholen.

Romanschrijvers

Charles Dickens illustreert de Victoriaanse romanschrijver beter dan welke andere schrijver ook. Buitengewoon populair in zijn tijd met zijn personages die een eigen leven leiden voorbij de pagina, is Dickens nog steeds de meest populaire en gelezen auteur van die tijd. De negentiende eeuw zag de opkomst van talloze literaire tijdschriften met seriële afleveringen die lang werden verwacht en op grote schaal werden gelezen. Zijn eerste echte roman, The Pickwick Papers, geschreven toen hij slechts 25 was, was een succes van de ene op de andere dag en al zijn daaropvolgende werken verkochten extreem goed. Hij was in feite een zelfgemaakte man die ijverig en productief werkte om precies te produceren wat het publiek wilde; reageerde vaak op de smaak van het publiek en veranderde de plotrichting van zijn verhalen tussen maandelijkse termijnen. De komedie van zijn eerste roman heeft een satirische kant die zijn geschriften doordringt. Deze gaan over het lot van de armen en onderdrukten en eindigen met een spookverhaal dat wordt afgebroken door zijn dood. De langzame trend in zijn fictie naar donkere thema's wordt weerspiegeld in een groot deel van het schrijven van de eeuw, en de literatuur na zijn dood in 1870 is opmerkelijk anders dan die aan het begin van het tijdperk.

William Makepeace Thackeray was destijds de grote rivaal van Dickens. Met een vergelijkbare stijl maar een iets meer afstandelijke, scherpe en satirische weergave met weerhaken van zijn personages, beeldde hij ook situaties uit met een meer middenklasse smaak dan Dickens. Hij is het best bekend om zijn roman Vanity Fairondertiteld Een roman zonder held, wat ook een voorbeeld is van een vorm die populair is in de Victoriaanse literatuur: de historische roman, waarin zeer recente geschiedenis wordt afgebeeld. Anthony Trollope schreef meestal over een iets ander deel van de structuur, namelijk de landeigenaren en professionele lessen.

De Brontë-zussen schreven fictie nogal anders dan die destijds gebruikelijk was.

Ver weg van de grote steden en de literaire samenleving, was Haworth in West Yorkshire de plaats van enkele van de belangrijkste romanverhalen van de tijd: het huis van de familie Brontë. Anne, Charlotte en Emily Brontë hadden tijd in hun korte leven om meesterwerken van fictie te produceren, hoewel deze niet onmiddellijk werden gewaardeerd door Victoriaanse critici. Wuthering Heights, Emily's enige werk, met name geweld, passie, de bovennatuurlijke, verhoogde emotie en emotionele afstand, een ongebruikelijke mix voor elke roman, maar vooral op dit moment. Het is een uitstekend voorbeeld van gotische romantiek vanuit het oogpunt van een vrouw in deze periode, waarbij klasse, mythe en geslacht worden onderzocht. Een andere belangrijke schrijver uit die periode was George Eliot, een pseudoniem dat een vrouw, Mary Ann Evans, verborgen hield die romans wilde schrijven die serieus zouden worden genomen in plaats van de dwaze romances die alle vrouwen van die tijd zouden moeten schrijven.

De stijl van de Victoriaanse roman

Virginia Woolf in haar serie essays De gemeenschappelijke lezer genaamd George Eliot's Middlemarch "een van de weinige Engelse romans geschreven voor volwassen mensen." Deze kritiek, hoewel tamelijk ruim zoals alle Engelse literatuur, is eerder een eerlijke opmerking over veel van de fictie van het Victoriaanse tijdperk. Beïnvloed als ze waren door de uitgestrekte gevoeligheidsromans van de vorige eeuw, waren het vaak geïdealiseerde portretten van moeilijke levens waarin hard werken, doorzettingsvermogen, liefde en geluk uiteindelijk winnen; deugd zou worden beloond en overtreders worden op passende wijze gestraft. Ze hadden de neiging om van een betere aard te zijn met een centrale morele les in het hart, die de lezer informeerde hoe hij een goede Victoriaan kon zijn. Deze formule was de basis voor veel eerdere Victoriaanse fictie, maar naarmate de eeuw vorderde, werd de toon donkerder.

Vooral Eliot streefde naar realisme in haar fictie en probeerde het pittoreske en het burleske uit haar werk te verbannen. Een andere schrijfster Elizabeth Gaskell schreef nog grimmiger, grimmiger boeken over de armen in het noorden van Engeland, maar zelfs deze hadden meestal een goed einde. Na de dood van Dickens in 1870 werden gelukkige eindes minder gebruikelijk. Zo'n grote literaire figuur als Charles Dickens de neiging had om de richting van alle literatuur uit die tijd te dicteren, niet in het minst omdat hij bewerkte Het hele jaar door een literair tijdschrift uit die tijd. Zijn voorliefde voor een gelukkig einde met alle losse eindjes netjes vastgebonden is duidelijk en hoewel hij erom bekend staat dat hij over het leven van de armen schrijft, zijn het sentimentele portretten, acceptabel gemaakt voor mensen met karakter om te lezen; geschokt maar niet walgen. De meer onaangename onderwereld van het Victoriaanse stadsleven werd onthuld door Henry Mayhew in zijn artikelen en boek London Labour en de London Poor.

Deze stijlverandering in Victoriaanse fictie kwam langzaam maar duidelijk aan het einde van de eeuw, met de boeken in de jaren 1880 en 1890 met een realistischere en vaak grimmiger cast. Zelfs schrijvers uit de hoge Victoriaanse tijd werden gecensureerd voor hun complotten die de conventies van de dag aanvielen; Adam Bede heette "de gemene uitstortingen van de geest van een wellustige vrouw" en The Tenant of Wildfell Hall "volkomen ongeschikt om in handen van meisjes te worden gelegd." De walging van het lezende publiek bereikte misschien een hoogtepunt met Thomas Hardy's Jude the Obscure die naar verluidt werd verbrand door een verontwaardigde bisschop van Wakefield. De oorzaak van dergelijke woede was Hardy's openhartige behandeling van seks, religie en zijn minachting voor het onderwerp van het huwelijk; een onderwerp dicht bij het hart van de Victorianen. De heersende plot van de Victoriaanse roman wordt soms beschreven als een zoektocht naar een correct huwelijk.

Samuel Butler wiens Erewhon was een satire op de Victoriaanse samenleving

Hardy was zijn carrière begonnen als een redelijk veilige romanschrijver die landelijke scènes schreef over het plattelandsleven, maar zijn onvrede met sommige instellingen van Victoriaans Groot-Brittannië was aanwezig evenals een onderliggend verdriet over de veranderende aard van het Engelse platteland. Hij reageerde op de vijandige receptie jood in 1895 door zijn romanschrift op te geven, maar hij bleef tot het midden van de jaren twintig poëzie schrijven. Andere auteurs zoals Samuel Butler en George Gissing confronteerden hun antipathieën met bepaalde aspecten van het huwelijk, religie of Victoriaanse moraal en brachten hun fictie door met controversiële antihelden. Butler's Erewhonis in de eerste plaats een utopische roman die vele aspecten van de Victoriaanse samenleving verzadigt met Butlers bijzondere afkeer van de religieuze hypocrisie de focus van zijn grootste minachting in de afbeelding van 'Musical Banks'.

Terwijl in die tijd veel grote schrijvers aan het werk waren, betekende het grote aantal vraatzuchtige maar niet-kritische lezers dat arme schrijvers, die vlotte en lugubere romans of verhalen produceerden, een enthousiast publiek vonden. Veel van de fouten die veel betere schrijvers gemeen hebben, werden overvloedig gebruikt door schrijvers die nu grotendeels zijn vergeten: over-sentimentaliteit, onrealistische samenzweringen en moralisatie die het verhaal verdoezelden. Hoewel immens populair in zijn tijd, wordt Edward Bulwer-Lytton nu opgehouden als een voorbeeld van de allerergste Victoriaanse literatuur met zijn sensationele verhaallijnen en zijn overgekookte stijl van proza. Andere schrijvers die destijds populair waren maar nu grotendeels zijn vergeten zijn: Mary Elizabeth Braddon, Charlotte Mary Yonge, Charles Kingsley, R. D. Blackmore en zelfs Benjamin Disraeli, een toekomstige premier.

Andere literatuur

Kinderboeken

De Victorianen worden soms gecrediteerd met 'het uitvinden van de kindertijd', deels via hun inspanningen om kinderarbeid te stoppen en de invoering van verplicht onderwijs. Toen kinderen begonnen te lezen, werd literatuur voor jongeren een groeisector met niet alleen volwassen romanschrijvers die werken voor kinderen produceren, zoals Dickens ' Een kindergeschiedenis van Engeland maar ook toegewijde kinderauteurs. Schrijvers als Lewis Carroll, R.M. Ballantyne en Anna Sewell schreven voornamelijk voor kinderen, hoewel ze een volwassen volgeling hadden, en onzinvers, poëzie die een kinderlijke interesse vereiste, werd onder andere geproduceerd door Edward Lear. Het onderwerp school werd ook een rijk gebied voor boeken met Thomas Hughes ' Tom Brown's schooldagen slechts een van de meest populaire voorbeelden.

Poëzie

Lord Tennyson, de dichter laureaat

Poëzie in zekere zin neergestreken van de omwentelingen van het romantische tijdperk en veel van het werk van die tijd wordt gezien als een brug tussen dit eerdere tijdperk en de modernistische poëzie van de volgende eeuw. Alfred Lord Tennyson was meer dan 40 jaar dichter-laureaat en zijn vers werd aan het einde nogal oud maar zijn vroege werk wordt terecht geprezen. Sommige van de poëzie hoog aangeschreven op dat moment zoals Invictus en Als- worden nu gezien als jingoistisch en bombastisch, maar Tennysons Charge of the Light Brigade was een felle kritiek op een beroemde militaire blunder; een pijler van het establishment die niet nalaat het establishment aan te vallen.

Het lijkt verkeerd om Oscar Wilde als een Victoriaanse schrijver te classificeren, omdat zijn toneelstukken en gedichten tot het latere tijdperk van de Edwardiaanse literatuur lijken te behoren, maar aangezien hij in 1900 stierf, was hij absoluut Victoriaans. Zijn toneelstukken staan ​​los van de vele vergeten stukken uit de Victoriaanse tijd en hebben een veel nauwere band met die van George Bernard Shaw, waarvan veel van de belangrijkste werken in de twintigste eeuw zijn geschreven.

Het man en vrouw poëzieteam van Elizabeth Barrett Browning en Robert Browning voerden hun liefdesaffaire door middel van vers en produceerden veel tedere en gepassioneerde gedichten. Zowel Matthew Arnold als Gerard Manley Hopkins schreven gedichten die ergens tussen de vreugde van de natuur van de romantische poëzie en de Georgische poëzie van de vroege twintigste eeuw zitten. Het werk van Arnold verwijst naar enkele van de thema's van deze latere dichters, terwijl Hopkins zich liet inspireren door versvormen uit Oud-Engelse poëzie zoals Beowulf.

Het terugwinnen van het verleden was een groot deel van de Victoriaanse literatuur met een interesse in zowel klassieke literatuur als ook de middeleeuwse literatuur van Engeland. De Victorianen hielden van de heroïsche, ridderlijke verhalen van oude ridders en ze hoopten wat van dat nobele, hoofse gedrag terug te winnen en indruk te maken op de mensen zowel thuis als in het bredere rijk. Het beste voorbeeld hiervan is Alfred Tennyson Idylls of the King waarin de verhalen van koning Arthur, met name die van Thomas Malory, werden gecombineerd met hedendaagse zorgen en ideeën. De Pre-Raphaelite Brotherhood putte ook uit mythe en folklore voor hun kunst met Dante Gabriel Rossetti die tegelijkertijd als de belangrijkste dichter onder hen wordt beschouwd, hoewel zijn zus Christina nu door geleerden wordt beschouwd als een sterkere dichter.

De invloed van rijk

De belangstelling voor oudere literaire werken leidde de Victorianen veel verder weg om nieuwe oude werken te vinden met een grote interesse in het vertalen van literatuur uit de verste uithoeken van hun nieuwe rijk en daarbuiten. Arabische en Sanskrietliteratuur waren enkele van de rijkste werken die werden ontdekt en vertaald voor populaire consumptie. De Rubaiyat van Omar Khayyam is een van de beste van deze werken, vertaald door Edward FitzGerald die veel van zijn eigen poëtische vaardigheden introduceerde in een vrij vrije aanpassing van het werk uit de elfde eeuw. De ontdekkingsreiziger Richard Francis Burton vertaalde ook veel exotische werken van buiten Europa, waaronder De geparfumeerde tuin, De Arabische nachten en de Kama Sutra.

Wetenschap, filosofie en ontdekking

Charles Darwin's werk Over de herkomst van soorten de samenleving en het denken beïnvloed in het Victoria-tijdperk, en dat nog steeds doet.

Het Victoriaanse tijdperk was een belangrijke tijd voor de ontwikkeling van de wetenschap en de Victorianen hadden een missie om de hele natuurlijke wereld te beschrijven en te classificeren. Veel van dit schrijven komt niet op het niveau om als literatuur te worden beschouwd, maar als een boek in het bijzonder, het boek van Charles Darwin Over de herkomst van soorten, blijft beroemd. De evolutietheorie vervat in het werk schudde veel van de ideeën die de Victorianen hadden over zichzelf en hun plaats in de wereld en hoewel het lang duurde om algemeen geaccepteerd te worden, zou dit de latere gedachten en literatuur dramatisch veranderen.

Andere belangrijke non-fictiewerken van die tijd zijn de filosofische geschriften van John Stuart Mill over logica, economie, vrijheid en utilitarisme. De grote en invloedrijke geschiedenis van Thomas Carlyle: De Franse revolutie, een geschiedenis, On Heroes and Hero Worship en Thomas Babington Macaulay: De geschiedenis van Engeland vanaf de toetreding van James II. Het grotere aantal romans dat openlijke kritiek op religie bevatte, onderdrukte geen krachtige lijst van publicaties over religie. Twee van de belangrijkste hiervan zijn John Henry Newman en Henry Edward Cardinal Manning die beiden het anglicanisme wilden revitaliseren met een terugkeer naar de rooms-katholieke kerk. In een ietwat tegengestelde richting drongen de ideeën van het socialisme destijds door in het denken van Friedrich Engels terwijl hij die van hem schreef Staat van de werkende klassen in Engeland en William Morris schrijft de vroege socialistische utopische roman Nieuws uit het niets. Een ander belangrijk en monumentaal werk dat in deze periode is begonnen, was het Oxford Engels woordenboek dat uiteindelijk het belangrijkste historische woordenboek van de Engelse taal zou worden.

Bovennatuurlijke en fantastische literatuur

Een nieuwe vorm van bovennatuurlijk, mysterie en fantastische literatuur in deze periode, vaak gericht op meer dan levensgrote personages zoals Sherlock Holmes, de beroemde detective van die tijd, Barry Lee, grote bendeleider van de Victorian Times, Sexton Blakes, Phileas Foggs, Frankenstein fictieve personages uit die tijd, Dracula, Edward Hyde, The Invisible Man, en vele andere fictieve personages die vaak exotische vijanden hadden om te folden.

De invloed van Victoriaanse literatuur

Harriet Beecher Stowe schreef Victoriaanse fictie buiten de domeinen van Victoria.

Schrijvers uit de voormalige kolonie van de Verenigde Staten van Amerika en de resterende kolonies van Australië, Nieuw-Zeeland en Canada konden niet vermijden om beïnvloed te worden door de Britse literatuur en ze worden vaak geclassificeerd als een deel van Victoriaanse literatuur, hoewel ze geleidelijk hun eigen onderscheidende stemmen. Victoriaanse schrijvers van Canadese literatuur zijn onder meer Grant Allen, Susanna Moodie en Catherine Parr Traill. Australische literatuur heeft de dichters Adam Lindsay Gordon en Banjo Paterson, die schreven Waltzing Matilda en Nieuw-Zeelandse literatuur omvat Thomas Bracken en Frederick Edward Maning Uit de literatuurbranche van de Verenigde Staten in deze tijd zijn enkele van de groten van het land, waaronder: Emily Dickinson, Ralph Waldo Emerson, Oliver Wendell Holmes, Sr., Henry James, Herman Melville , Harriet Beecher Stowe, Henry David Thoreau, Mark Twain en Walt Whitman.

Het probleem met de classificatie van Victoriaanse literatuur is een groot verschil tussen de vroege werken van de periode en de latere werken die meer gemeen hadden met de schrijvers uit de Edwardiaanse periode en veel schrijvers die deze kloof overbruggen. Mensen zoals Arthur Conan Doyle, Rudyard Kipling, HG Wells, Bram Stoker, H. Rider Haggard, Jerome K. Jerome en Joseph Conrad hebben allemaal enkele van hun belangrijke werken geschreven tijdens het bewind van Victoria, maar de gevoeligheid van hun schrijven wordt vaak als Edwardiaans beschouwd .

Referenties

  • Chesteron, G. K. Het Victoriaanse tijdperk in de literatuur. Harleston: Edgeways, 2001. ISBN 9780907839651
  • Kumar, Shiv Kumar. Britse Victoriaanse literatuur; recente herwaarderingen. New York University Press, 1969. OCLC 46407
  • Tillotson, Geoffrey. Een blik op Victoriaanse literatuur. Clarendon Press, 1978. ISBN 9780198120445

Bekijk de video: Dickens Festijn tovert centrum Druten om in Victoriaans dorp (Juni- 2021).

Pin
Send
Share
Send